Herenboerennatuur

Natuurinclusieve landbouw is een vorm van het produceren van voeding. Net als alle vormen van landbouw maken we gebruik van de natuur en de natuurlijke processen. In tegenstelling tot de meer industriële vormen van landbouw gaat natuurinclusieve landbouw uit van het sparen én verzorgen van natuurlijke processen. En dat natuurlijk op een economisch rendabele manier.

Tot ver in de 20e eeuw was de landbouw een gesloten systeem dat bestond uit lokale kringlopen. Daarbij was de schaal van de landbouw klein en ontstond een heel divers landschap. En in dat hele afwisselende landschap waren natuur en biodiversiteit een onbedoeld, maar buitengewoon waardevol en nuttig ‘bijproduct’. Denk aan de gevarieerde, vaak bloemrijke graslanden, mooie bermen, hagen en houtwallen. Het zijn, wat we tegenwoordig noemen, kleine landschapselementen, die in sommige delen van het agrarisch gebied helemaal verdwenen zijn.

Het nuttige bestond bijvoorbeeld uit het grote aanbod van bestuivers. Heel vaak wordt dan gedacht aan (honing)bijen. Er zijn echter wel ruim 270 verschillende soorten die in Nederland en Vlaanderen voorkomen, alhoewel een deel daarvan sterk achteruit is gegaan. Daarnaast komen nog tal van wespen, sluipwespen, gaasvliegen en tal van andere soorten voor. De grote variatie aan insecten speelt een grote rol in het op natuurlijke manier bestrijden van plagen van ongewenste soorten, die ware plagen kunnen vormen.

Door de achteruitgang van de kleine landschapselementen, het in beslag nemen van bermen en het ruimen van overhoekjes en gebruik van bestrijdingsmiddelen is het aantal insecten in het agrarisch gebied dramatisch achteruit gegaan. Daarmee is de natuurlijke bestrijding weggevallen en treden plagen op. En daartegen moet dan worden gespoten met bestrijdingsmiddelen, die het systeem nog verder uit balans brengen.

Dat gaan we bij Herenboeren helemaal anders doen! We zetten in op herstel van kleine landschapselementen, overhoekjes en braakliggende stukjes waardoor de variatie in insecten groter wordt en de rovers weer kunnen toenemen. Die kunnen dan de populaties van plaagdieren onder controle houden. Een mooi voorbeeld hiervan is de groep van de sluipwespen. Zo is er een sluipwespje, Trichogramma brassicae, dat specifiek leeft van eieren van het Groot en Klein koolwitje. Zo’n koolwitje houdt van allerlei soorten kolen en komt veel voor. Ik ben zelf geen grote liefhebber van rupsen in de kolen (maar nog minder van bespoten kolen), dus als een sluipwespje daar ‘goed bezig’ is, is dat een mooie natuurlijke oplossing. Het sluipwespje legt met een legboor een eitje in het ei van het koolwitje. Vervolgens wordt het ei opgepeuzeld, scheelt het een koolwitrupsje en levert het een nieuwe bijdrage aan de nieuwe generatie sluipwespjes.

Ter lering en vermaak: Sluipwespen zijn er in verschillende groepen. Een groep zet eitjes af in de eitjes van prooidieren, een groep in de rupsen en een groep in de poppen. Onze Trichogramma brassicae (zie afbeelding) is ongeveer een halve millimeter groot (!) en legt tot 7 eitjes in een eitje van zowel Groot als Klein koolwitje. Er zijn meer soorten sluipwespen die leven van de koolwitjes. Die zijn bij ons heel welkom!

Mogelijk opbouw van de locatie

Mogelijk opbouw van de locatie

Sluipwesp - onderdeel van de biodiversiteit

Sluipwesp - onderdeel van de biodiversiteit